De Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Naardense Bijbel, met schriftelijke toestemming van uitgeverij Skandalon. Voorlopig is alleen de tekst van Openbaring genomen uit de nieuwe gewijzigde editie van februari 2024. De overige Bijbelcitaten zullen nog worden aangepast aan die editie.
1, 1 Openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft om aan zijn dienaars te tonen ‘wat spoedig moet geschieden’, en welke hij in tekenen bekendgemaakt heeft door die te zenden door zijn engel aan zijn dienaar Johannes,
die God hem gegeven heeft [zie Mt 11,25-27 = Lk 10,21-22 > Πάντα μοι παρεδόθη = ‘alles is aan mij overgegeven door mijn Vader’
Psalm 78 [77], 2 [Septuagint] Ik open mijn mond met een spreuk,- ontsluit raadsels uit oeroude tijd; (Matth 13,34-35)
Spreuken 20,22 Zeg niet: ‘ik ga dat kwaad vergelden!’- hoop op de ENE, hij komt je redden. (Sirach 28, 1; 2 Henoch 50, 4)
Daniël 7,13 Ik bleef aanschouwen, in nachtelijke aanschouwing, en zie, met de wolken des hemels mee genaakte iemand als een mensenzoon; hij bereikte de hoogbedaagde en mocht diens aanschijn naderen.
‘wat spoedig moet geschieden’ – ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει
Daniël 2,28-30 toch is er een God in de hemel die geheimen onthult [Septuagint: [ἀποκαλύπτων μυστήρια] en aan koning Nevoechadnetsar heeft doen weten wat zal geschieden [Septuagint: ἄ δεῖ γενέσθαι] in het laatst der dagen; uw droom en wat uw hoofd heeft aanschouwd op uw ligbank, dit zijn ze!- 29 bij u, o koning, stegen uw gedachten op van uw ligbank over wat er hierna zal geschieden; hij die geheimenissen onthult heeft u bekendgemaakt wat zal geschieden!- 30 en ik,- niet door wijsheid die ik méér zou hebben dan al wat leeft is mij dit geheim onthuld; maar om reden dat men de duiding bekend zou maken aan de koning en u de gedachten van uw hart zou kennen;
Daniël 2,45 juist zoals u hebt aanschouwd dat van een rots een steen losraakte, niet door mensenhanden, en verpulverde ijzer, brons, leem, zilver en goud, heeft een groot God aan de koning bekendgemaakt wat hierna zal geschieden [Septuagint: ἄ δεῖ γενέσθαι]; de droom is echt en z’n duiding is betrouwbaar!
Daniël 7,16 Ik naderde een van hen die daar stonden en verzocht zekerheid van hem over dit alles; hij zei het tot mij en de duiding van het besprokene maakte hij mij bekend:
Daniël 9,10 en niet hebben gehoord naar de stem van de ENE, onze God,- om voort te gaan met zijn onderrichtingen die hij aan ons aanschijn gaf door de hand van zijn dienaren de profeten;
Daniël 9,24 zeventig zevendaagsen zijn besloten over je gemeente en over je heilige stad, om een einde te maken aan de misstap, de zonden te voleinden, het onrecht te verzoenen en om gerechtigheid van eeuwen te doen komen,- om aanschouwing en profeet te verzegelen en om een heiligste der heiligen te zalven;
Daniël 9,27 één zevendaagse lang zal hij met velen een krachtig verbond hebben; op de helft van de zevendaagse zal hij ophouden met offerdier en broodgift; op de vleugel van gruwelen is hij verwoestend bezig tot het voleindigd is, en wat vastbesloten is wordt uitgestort over een verwoester!
WOORDSTUDIE:
‘MOETEN’ (noodwendig)
Septuagint: δεῖ / δέησις
Psalm 5, 2
Psalm 6, 9
Psalm 9,12
Psalm 16 (17), 1
Psalm 20 (21), 2
Psalm 21 (22),24
Psalm 27 (28), 2
Psalm 27 (28), 6
Psalm 30 (31),22
Psalm 33 (34),15
Psalm 38 (39),12
Psalm 39 (40), 1
Psalm 54 (55), 1
Psalm 60 (61), 1
Psalm 65 (66),19
Psalm 85 (86), 6
Psalm 87 (88), 2
Psalm 101 (102), 1
Psalm 101 (102),17
Psalm 105 (106),44
Psalm 114 (116), 1
Psalm 118 (119),169
Psalm 129 (130), 2
Psalm 139 (140), 6
Psalm 140 (141), 1
Psalm 141 (142), 2
Psalm 141 (142), 6
Psalm 142 (143), 1
Psalm 144 (145),19
Job 8, 6
Job 16,21
Job 27, 9
Job 36,19
Job 40,22 (27)
Klaagliederen 3,56
Daniël 2,18
Daniël 4,31
Daniël 9,17
Daniël 9,23
Daniël 9, 3 (Th)
Daniël 9,17 (Th)
Daniël 9,23 (Th)
NOG UITWERKEN
door de zending van zijn engel
# ‘angelus interpres’
Job 38, 1 Dan antwoordt de ENE Job vanuit het onweer en zegt:
(zijn) dienaar / knecht – τῷ δούλῳ αὐτοῦ
Psalm 105, 6 zaad van Abraham, zijn dienaar, zonen van Jakob, door hem verkoren!
Psalm 105,26 Toen zond hij zijn dienaar Mozes, en Aäron die hij had verkoren.
Psalm 105,42 Want hij gedacht zijn heilige woord en Abraham, zijn dienaar;
Daniël 9, 6 wij hebben niet gehoord naar uw dienaren de profeten, toen zij in uw naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaderen,- en tot heel de gemeenschap van het land;
Daniël 9,10-11 en niet hebben gehoord naar de stem van de ENE, onze God,- om voort te gaan met zijn onderrichtingen die hij aan ons aanschijn gaf door de hand van zijn dienaren de profeten; 11 allen van Israël hebben uw onderricht overtreden en zijn afgeweken,- hebben naar uw stem niet gehoord; dus werd over ons uitgestort de vervloeking en bezwering die is opgeschreven in het onderricht van Mozes, de dienaar van God, omdat wij tegen hem hebben gezondigd;
Daniël 9,17 nu dan, hoor, God-over-ons, naar het bidden van uw dienaar en naar zijn smeken om genade, en laat uw aanschijn lichten over uw heiligdom dat verwoest is,-
om uws naams wil, Here!-
1, 2 die getuigt van het woord Gods, en van het getuigenis van Jezus Christus: al wat hij heeft gezien.
getuigen – μαρτυρέω
Psalm 19, 8 zo is het onderricht van de ENE volmaakt en brengt het een ziel terug,- is het getuigenis van de ENE betrouwbaar, schenkt het onwetenden wijsheid.
Psalm 78, 5 Hij deed opstaan een getuigenis in Jakob en stelde in Israël een onderricht waarvan hij onze vaderen gebood die te doen weten aan hun zonen;
het Woord Gods – τὸν λόγον τοῦ θεοῦ
Psalm 12, 7 Woorden van de ENE zijn woorden glaszuiver, zilver gesmolten in een smelt-kroes in de aarde, gelouterd zevenmaal.
Daniël 3,33 zijn tekenen, hoe groot, zijn woorden, hoe krachtig zijn zij; zijn koningschap is een koningschap voor eeuwig, zijn heerschappij is met geslacht na geslacht!-
1, 3 Zalig die voorleest en zij die horen de woorden van de profetie en onderhouden wat daarin geschreven is, want het moment is nabij.
zalig die – μακάριος ὁ
Psalm 1, 1 Zalig is de man die niet meeging in het beraad van bozen, op de weg van zondaars niet is blijven staan, op de zetel van de protsers niet ging zitten!
profetie – προφητείας
Ezra 5, 1 Maar toen profeteerden de pro-feet Haggai en de profeet Zecharja, zoon van Ido, tot de Judeeërs in Juda en Jeruzalem,- met de naam van Israëls God over hen.
Ezra 6,14 Juda’s oudsten bleven bouwen en waren voorspoedig daarin, dankzij de profetie van de profeet Haggai en Zecharja, de zoon van Ido; zij bouwden en voltooiden vanwege het bevel van Israëls God en het bevel van Koresj, Darjavesj en Perziës koning Artachsjast.
2 Kronieken 15, 8a Zodra Asa deze woorden en de profetie van de profeet Odeed hoort, is hij al weer sterk
het moment is nabij – ὁ γὰρ καιρὸς ἐγγύς
Daniël 7,22 Septuagint o’: totdat genaakte de hoogbedaagde en recht werd verleend aan de heiligen van de Allerhoogste; het tijdstip werd bereikt en de heiligen namen het koninkrijk in bezit.
Daniël 12, 7 Septuagint o’: En ik hoorde de man gekleed in linnen, die zich boven het water van de rivier bevond, en hij hief zijn rechterhand en zijn linkerhand omhoog naar de hemel, en zwoer bij hem die eeuwig leeft, dat het zou zijn voor een tijdstip, twee tijdstippen en een half tijdstip: wanneer de verdrukking beëindigd is zullen zij al deze dingen kennen.
1, 4 Johannes aan de zeven vergaderingen in Ásia: genade voor u en vrede, van hem die is en die was en die komt, van de zeven geesten voor het aanschijn van zijn troon,
‘geesten’ als synoniem voor ‘engelen’
Psalm 104, 4 Septuagint 103, 4: die de zijn engelen maakt tot zijn geesten, zijn bedienaars een laaiend vuur. (Hebr. 1, 7);
1, 5 en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden, en de overste van de koningen der aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons uit onze zonden heeft verlost door zijn bloed,
getrouwe getuige
Psalm 89,38 als de maan, zo houdt hij eeuwig stand, een getrouwe getuige in het zwerk!’ sela
Spreuken 14, 5 Een betrouwbare getuige zal niet liegen,- wie leugens uitblaast is een valse getuige.
eerstegeborene – πρωτότοκος
Psalm 89,28 Septuaginta 88,28: zo maak ik hem een eersteling, de hoogste boven de koningen der aarde; [DK]
ὁ πρωτότοκος als pré-existente Zoon van God
Spreuken 8,22 De ENE heeft mij bereid als begin van zijn weg,- vooraf aan zijn werken sinds toen;
verlost van zonden
Psalm 130, 8 Hij is het die Israël loskoopt van zijn ongerechtigheden alle!
1, 6 -en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, heiligdomsdienaars voor zijn God en Vader,- aan hem de glorie en de kracht tot in de eeuwen der eeuwen! Amen.
gemaakt tot koninkrijk, heiligdomsdienaars
Psalm 45,17 Op de plaats van je vaderen zullen daar zijn je zonen; je zult hen maken tot vorsten overal op aarde.
Psalm 121, 4 Zie, nooit sluimert, nooit slaapt hij die over Israël waakt.
1 Kronieken 29,11 van u, Ene, is de grootheid, de macht, de majesteit, de glorie en de glans, want alles in de hemelen en op aarde is van u; van u, Ene, is het koninkrijk, u die zich als hoofd over alles verheft!-
1, 7 ‘Zie, hij komt met de wolken’, en elk oog zal hem zien, ook diegenen die hem doorstoken hebben; en alle stammen der aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen!
hij komt met de wolken
Daniël 7,13 Ik bleef aanschouwen, in nachtelijke aanschouwing, en zie, met de wolken des hemels mee genaakte iemand als een mensenzoon; hij bereikte de hoogbedaagde en mocht diens aanschijn naderen.
elk oog zal hem zien
Psalm 11, 4 Maar de ENE in zijn heilige tempel, de ENE in de hemelen op zijn troon: zijn ogen aanschouwen, zijn wimpers keuren de zonen van Adam.
1, 8 Ík ben de alfa en de omega, zegt de Heer God, die is en die was en die komt, de albeheerser.
1, 9 Ík, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking, en in het koningschap en in de volharding in Jezus, raakt op het eiland dat als roepnaam ‘Patmos’ heeft, vanwege het woord van God en het getuigenis van Jezus.
literaire stijlvorm
Daniël 7, 9 Ik bleef aanschouwen, totdat tronen werden opgericht en een hoogbedaag-de ging zitten; zijn kleding was als sneeuw zo blank, en het haar op zijn hoofd als wol zo wit; zijn troon bestond uit vlammen vuur, en de raderen daarvan uit laaiend vuur.
Daniël 7,15 Ik, Daniël: mijn geest was ontsteld in mijn lijf,- en de aanschouwingen in mijn hoofd verbijsterden mij.
Daniël 7,28 Tot zover,- einde van het spreken; mij, Daniël, verbijsterden mijn gedachten zo zeer dat mijn kleuren op mij veranderden; het gesprokene bewaarde ik in mijn hart!
Daniël 8, 1 In het derde jaar van het koningschap van koning Belsjatsar,- heeft zich een voorschouw aan mij, Daniël, laten zien ná wat zich aan mij heeft laten zien in de aanvang.
Daniël 9, 2 in het eerste jaar dat hij koning werd, heb ik, Daniël, in de boekrollen verstaan: het geboekte aantal jaren waarover het spreken van de ENE is geschied aan de profeet Jeremia: dat zeventig jaren zouden worden volgemaakt voor Jeruzalems puinhopen.
1,10 Ik raak in geestvervoering op de dag van de Heer en hoor achter mij een luide stem, als van een bazuin,
1,11 die zegt: schrijf wat je ziet in een boekje en stuur het naar de zeven vergaderingen, naar Éfeze, Smyrna, Pérgamum en Tyatíra, naar Sardes, Filadélfia en Laodicéa!
1,11 Zeggende [λεγούσης]: Ik ben de Alfa en de Oméga [ἐγώ ἐιμι τὸ α καὶ ὁ ω], de Eerste en de Laatste [ὁ πρῶτος καὶ ὁ ἔσχατος]; en hetgeen gij ziet [καὶ ὁ βλέπεις], schrijf dat in een boek [γράφον εἰς βιβλίον], en zend het aan de zeven gemeenten [καὶ πέμψον ταῖς ἐκκλησίαις], die in Azië zijn [ταῖς ἐν ἀσία], namelijk naar Éfeze [εἰς Ἔφεσον], en naar Smyrna [καὶ εἰς Σμύρναν], en naar Pérgamus [καὶ εἰς Φέργαμον], en naar Thyatíre [καὶ εἰς Θυάτειρα], en naar Sardis [καὶ εἰς Σάρδεις], en naar Filadelfía [καὶ εἰς Φιλαδέλφειαν], en naar Laodicéa [καὶ εἰς Λαοδίκειαν]. [Statenvertaling, vanuit Textus Receptus]
1,12-15 Ik keer mij om de stem te zien die met mij heeft gesproken, en als ik mij omkeer zie ik zeven gouden kandelaren, 13 en in het midden van de kandelaren iemand die lijkt op een mensenzoon, bekleed met een gewaad dat tot de voeten reikt en tot aan de borsthelften omgord met een gouden gordel; 14 maar zijn hoofd en haren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vlam van vuur, 15 en zijn voeten gelijk geelkoper, als in een oven vuur-doorgloeid gemaakt, en zijn stem als een stem van vele wateren;
uiterlijke verschijning van de mensenzoon
Psalm 97, 3 Vuur gaat voor zijn aanschijn uit, verschroeit zijn benauwers rondom!
Hooglied 5, 9-16 ‘Wat heeft je liefste voor op een ander lief, schoonste onder de vrouwen,- wat heeft je liefste voor op een ander lief, dat je ons dat zo hebt bezworen?’ 10 Mijn liefste is blinkend en blozend, vlagt als een vaandel boven tienduizend uit;
11 zijn hoofd is gedreven goud en brokaat,- zijn lokken zijn jonge palmtakken, zwart als de raven; 12 zijn ogen als duiven bij beken vol water,- witgewassen als met melk, gezeten bij een volle rivier; 13 zijn kaken zijn als de balsembedden waarin zalvingskruiden groeien; zijn lippen zijn lelies, druipend van mirre die wegloopt; 14 zijn handen zijn rollen goud, gevuld met tarsisstenen; zijn lijf is een kolom van ivoor, overdekt met saffieren; 15 zijn dijen zijn zuilen van albast, gegrondvest op sokkels van brokaat; zijn aanzien is als de Libanon, uitgelezen is hij als de cederbomen; 16 zijn gehemelte is een en al zoetheid, alles aan hem is begeerlijk; dát is mijn liefste, dát is mijn vriend, dochters van Jeruzalem!
Daniël 7, 9 Ik bleef aanschouwen, totdat tronen werden opgericht en een hoogbe-daagde ging zitten; zijn kleding was als sneeuw zo blank, en het haar op zijn hoofd als wol zo wit; zijn troon bestond uit vlammen vuur, en de raderen daarvan uit laaiend vuur.
Daniël 7,13 Ik bleef aanschouwen, in nachtelijke aanschouwing, en zie, met de wolken des hemels mee genaakte iemand als een mensenzoon; hij bereikte de hoogbedaag-de en mocht diens aanschijn naderen.
Daniël 8,18 [Theodotion] En terwijl hij met mij sprak, viel ik op mijn aangezicht ter aarde; en hij raakte mij aan en zette mij op mijn voeten .
Daniël 10, 4- 6 Op dag vierentwintig van de eerste nieuwemaan,- was ik op de oeverhand van de grote rivier, dat is de Chidekel, 5 en: ik hef mijn ogen op en zie: ziedaar, één man, gekleed in linnen,- en zijn lendenen omgord met brokaat van Oefaz. 6 Zijn lijf is als turkoois, zijn aanschijn zoals bliksem eruitziet en zijn ogen als fakkels van vuur; zijn armen en zijn benen ogend als geboend brons,- en het geluid van zijn woorden als het geluid van een menigte.
Daniël 10,16 En ziedaar, iets als de gedaan-te van een mensenzoon raakt mijn lippen aan, en ik open mijn mond en kan spreken, en zeg tot wie daar tegenover mij staat: mijn heer, door het gezicht hebben weeën mij overhoop gehaald en heb ik geen kracht overgehouden;
wit(ter) als sneeuw
Psalm 51, 9 Ontzondig mij met hysop, dan word ik rein, was mij, en ik word witter dan sneeuw!
1,16 in zijn rechterhand heeft hij zeven sterren; uit zijn mond trekt een tweemondig scherp zwaard uit en zijn aanschijn schijnt als de zon in zijn kracht.
RECHTERHAND
Gods rechterhand
Psalm 7,12-13 God is een rechter rechtvaardig,- een godheid woedend heel de dag!
[13] Als hij niet omkeert wet hij zijn zwaard, zijn boog heeft hij gespannen, hij legt hem aan!
Psalm 16,11 Gemaakt mij bekend het pad des levens, verzadiging met vreugden bij uw aanschijn, lieflijkheden in uw rechterhand altijd!
Psalm 17, 7 Toon het wonder van uw vriendschap, redder van wie komen om toevlucht, meer dan van opstandigen,- door uw rechterhand!
Psalm 18,36 Gij geeft mij het schild dat mij redt, uw rechterhand ondersteunt mij, uw wekroep maakt mij sterk!
Psalm 20, 7 Nu reeds weet ik dat de ENE zijn gezalfde zal redden, hem antwoordt uit zijn hemels heiligdom, met heldendaden van redding door zijn rechterhand!
Psalm 21, 9 Te vinden weet uw hand uw vijanden alle, uw rechterhand vindt al wie u haten!
Psalm 44, 4 Want niet met hun zwaard beërfden ze een land, redding bracht hun niet hun eigen arm, nee: uw rechterhand en uw arm, en het licht van uw gelaat, want u had in hen behagen.
Psalm 45, 5 Rijd uit, om een woord van trouw, zachtmoedigheid en gerechtigheid!- ontzaglijke dingen lere jou je rechterhand!
Psalm 45,10 In jouw kostbaarheden prijken koningsdochters, de dame aan je rech-terhand in brokaat van Ofir!
Psalm 48,11 Zoals uw naam, God, zo reikt uw lof over de einden der aarde: van gerechtigheid is uw rechterhand vervuld!
Psalm 60, 7 Opdat uw liefsten worden ontzet: breng met uw rechterhand redding, geef mij antwoord!
Psalm 63, 9 Mijn ziel kleeft u aan, u achterna, en mij houdt uw rechterhand vast.
Psalm 74,11 Waarom laat ge uw hand terug-keren, ligt uw rechterhand werkeloos midden in de schoot? sela
Psalm 77,11 Ik zeg enkel en dat doorsteekt mij: hoe veranderd is des Hoogsten rechterhand!
Psalm 78,54 Hij deed hen komen bij zijn heilig gebied,- de berg die zijn rechterhand had verworven;
Psalm 80,16 de stek die uw rechterhand heeft geplant, om de zoon die gij sterkte als de uwe!
Psalm 80,18 Blijve uw hand op een man aan uw rechterhand, op de mensenzoon die gij sterkte als de uwe.
Psalm 89,14 Gij hebt een arm zo heldhaftig, krachtig is uw hand, uw rechterhand verheven!
Psalm 89,26 leggen zal ik zijn hand op de zee, op de rivieren zijn rechterhand;
Psalm 98, 1 Zingt voor de ENE een nieuw gezang, want wonderen heeft hij gedaan; redding bracht hem zijn rechterhand, de macht van zijn heilige arm!
Psalm 108, 7 Opdat uw liefsten worden ont-zet: brenge uw rechterhand redding,- geef mij antwoord!
Psalm 110, 1 Tijding van de ENE aan mijn heer: zet je aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden heb gezet als bank onder je voeten!
Psalm 110, 5 Mijn heer is aan je rechter-hand, koningen zal hij verpletteren op de dag van zijn toorn.
Psalm 118,15-16 Een stem van jubel en redding in de tenten der rechtvaardigen: de rechterhand van de ENE was krachtdadig! 16 De rechterhand van de ENE was verheven, de rechterhand van de ENE was krachtdadig!
Psalm 137, 5 Als ik jou, Jeruzalem, ooit vergeet, vergete mijn rechterhand mij!
Psalm 138, 7 Al moet ik ook gaan door een binnenst van benauwing, gij doet mij leven, tegen de toorn van mijn vijanden zendt gij uw hand uit, uw rechterhand redt mij.
Psalm 139,10 ook daar zal uw hand mij geleiden, zal uw rechterhand mij grijpen.
Spreuken 3,16 lengte van de dagen heeft zij in haar rechterhand,- in haar linker is rijkdom en glorie;
Klaagliederen 2, 3- 4 Gloeiend van woede heeft hij afgehouwen geheel de hoorn van Israël, heeft hij zijn rechterhand achter zich teruggehaald bij de verschijning van een vijand vind; hij ontbrandde in Jakob als een laaiend vuur dat om zich heen vreet. 4 De boog spande hij als was hij een vijand, zijn rechterhand ingezet als benauwer, en wurgde allen die een lust waren voor het oog; in de tent van de dochter Sions heeft hij zijn gramschap uitgegoten als vuur.
rechterhand (van een engel)
Daniël 12, 7 En ik hoor de man gekleed in het linnen die boven de wateren van de stroom staat,- en hij verheft zijn rechterhand en zijn linker naar de hemelen en zweert bij hem die leeft in eeuwigheid: ja, na een tijdperk, een dubbel tijdperk en een half,
wanneer er een eind is aan de verbrijzeling van de hand van de heilige gemeenschap, worden al deze dingen voleindigd!
Daniël 12, 7 [Septuagint] En ik hoorde de man gekleed in linnen, die zich boven het wa-ter van de rivier bevond, en hij hief zijn rechterhand en zijn linkerhand omhoog naar de hemel, en zwoer bij hem die eeuwig leeft, dat het zou zijn voor een [geschikt] ogenblik, [geschikte] ogenblikken en een half [geschikt] ogenblik: wanneer de verdrukking beëindigd is zullen zij al deze dingen kennen.
rechterhand (van een mens; van de poort – positief)
Psalm 16, 8 Ik houd mijzelf de ENE voor, voortdurend, want met hem aan mijn rech-terhand wankel ik niet.
Psalm 73,23 en toch was ik gedurig bij u, gij hield mij bij mijn rechterhand.
Psalm 109,31 Want hij staat een arme ter rechterhand bij, om hem te redden van de rechters van zijn ziel.
Psalm 121, 5 Het is de ENE die over je waakt, de ENE is je schaduw aan je rechter-hand.
Spreuken 8, 3 ter rechterhand van poorten, in de mond van een burgstad,- waar je ingangen inkomt, daar jammert zij:
Job 40,14 Dan zal zelfs ik jóu loven-en-danken,- omdat jouw rechterhand je redt.
Prediker 10, 2 Het hart van een wijze stuurt zijn rechterhand en het hart van een dwaas zijn linker.
rechterhand (van een mens – negatief)
Psalm 26,10 die de handen vol hebben aan hoererij, hun rechterhand vol met smeergeld.
Psalm 89,43 verheven hebt ge de rechter-hand van zijn benauwers, al zijn vijanden hebt ge verheugd!-
Psalm 109, 6 ‘Zet tegen hem een booswicht in, laat een satan met een aanklacht staan aan zijn rechterhand;
Psalm 144, 8 wier mond is een spreekbuis van voosheid, hun rechterhand een vuist vol leugen.
Psalm 144,11 verlos mij en ontruk mij aan de hand van zonen van een vreemde, wier mond is een spreekbuis van voosheid, hun rechterhand een rechtse vol leugen.
Spreuken 27,16 Wie haar opsluit, sluit wind op,- olie is het wat zijn rechterhand aantreft.
tweesnijdend scherp zwaard
Psalm 149, 5- 9 Vromen zullen in gloria juichen, jubelen op de plek waar zij lagen!
6 Met verheffingen van God in hun keel, een zwaard tweesnijdend in hun hand! 7 Om onder de volkeren te volvoeren een wrake, een afstraffing onder de naties. 8 Om hun koningen te binden in boeien, hun glorieuzen in kluisters van ijzer! 9 Om bij hen te doen recht als geschreven,- hij geeft luister aan al zijn vrienden! Alleluia!
sterren als symbool van engelen
Job 25, 5 Zie, zelfs de maan is niet helder,- en de sterren zijn niet zuiver in zijn ogen.
Job 38, 7 bij het eenparig gejuich van de morgensterren,- en het geschal van alle zonen van God?
1,17a En als ik hem zie, val ik als een dode voor zijn voeten, en hij legt zijn rechter-hand op mij, zeggend:
1,17b-18a vrees niet; ík, ík ben de eerste en de laatste [18a] en de levende, en ik ben een dode geworden, en zie: levend ben ik tot in de eeuwen der eeuwen,
ik ben de levende
Psalm 42, 3 Dorstig is mijn ziel naar God, naar de godheid die leeft, wanneer mag ik komen,- en zien het aanschijn van God?
Daniël 4,31 ‘Na verloop van dágen hief ik, Nevoechadnetsar, mijn ogen ten hemel en keerde mijn kennen tot mij terug; ik zegende de Allerhoogste en roemde en verheerlijkte hem die eeuwig leeft,- wiens heerschappij eeuwig heerst en wiens koningschap is met geslacht na geslacht;
1,18b en ik heb [καὶ ἔχω = hebben; vasthouden] de sleutels van de gestorven staat en van de hades;
De sleutels van de gestorven staat
Job 38,17 Zijn aan jou onthuld de poorten van de dood,- zodat je de poorten van de doodsschaduw zag?
1,19 schrijf dus op wat je gezien hebt, én wat is én wat op het punt staat te geschieden hierna;
schrijf wat je gezien hebt
Daniël 2,28-29 toch is er een God in de hemel die geheimen onthult en aan koning Nevoechadnetsar heeft doen weten wat zal geschieden in het laatst der dagen; uw droom en wat uw hoofd heeft aanschouwd op uw ligbank, dit zijn ze!- 29 bij u, o koning, stegen uw gedachten op van uw ligbank over wat er hierna zal geschieden; hij die geheimenissen onthult heeft u bekendgemaakt wat zal geschieden!-
Daniël 12, 7 En ik hoor de man gekleed in het linnen die boven de wateren van de stroom staat,- en hij verheft zijn rechterhand en zijn linker naar de hemelen en zweert bij hem die leeft in eeuwigheid: ja, na een tijdperk, een dubbel tijdperk en een half, wanneer er een eind is aan de verbrijzeling van de hand van de heilige gemeenschap, worden al deze dingen voleindigd!
Daniël 12, 7 [Septuagint] En ik hoorde de man gekleed in linnen, die zich boven het water van de rivier bevond, en hij hief zijn rechterhand en zijn linkerhand omhoog naar de hemel, en zwoer bij hem die eeuwig leeft, dat het zou zijn voor een [geschikt] ogenblik, [geschikte] ogenblikken en een half [geschikt] ogenblik: wanneer de verdrukking beëindigd is zullen zij al deze dingen kennen.
1,20 het geheim van de zeven sterren die jij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren, is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven vergaderingen, en de zeven kandelaren zijn de zeven vergaderingen (zelf)!