De Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Naardense Bijbel, met schriftelijke toestemming van uitgeverij Skandalon. Voorlopig is alleen de tekst van Openbaring genomen uit de nieuwe gewijzigde editie van februari 2024. De overige Bijbelcitaten zullen nog worden aangepast aan die editie.
1, 1 Openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft om aan zijn dienaars te tonen ‘wat spoedig moet geschieden’, en welke hij in tekenen bekendgemaakt heeft door die te zenden door zijn engel aan zijn dienaar Johannes,
openbaring van Jezus Christus – Ἀποκάλυψις Ἰησοῦ Χριστοῦ
Amos 3, 7 Zo zal mijn Heer, de ENE, – geen woord doen,- of hij heeft zijn geheim al onthuld [septuagint: ἀποκαλύψἤ] aan zijn dienaren de profeten.
Jeremia 1, 1- 2a De woorden van Jirmeja-hoe, zoon van Chilkiahoe, een van de priesters in Anatot in het land Benjamin, 2 aan wie het woord van de ENE is geschied
Ezechiël 1, 1- 3 Het geschiedt in het dertigste jaar in de vierde, op de vijfde na nieuwe maan, terwijl ik bij de ballingen ben aan de rivier Kevar: de hemelen hebben zich geo-pend en ik zie gezichten van God; 2 op de vijfde na nieuwemaan,- dat vijfde jaar sinds de ballingschap van koning Jojachien, 3 is in alle geschieden het spreken van de ENE geschied aan Chizkiël ,- God maakt sterk, zoon van Boezi, de priester in het land van de Kasdiem aan de rivier Kevar; dáár geschiedt aan hem de hand van de ENE.
Amos 1, 1 De woorden van Amos die één van de gespikkelde-schapenfokkers was uit Tekoa,- over wat hij over Israël heeft geschouwd in de dagen van Juda’s koning Oezia en in de dagen van Israëls koning Jerobeam, zoon van Joasj, twee jaar voor de verschijning van de beving.
‘wat spoedig moet geschieden’ – ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει
Jesaja 48, 3 de eerste dingen heb ik van toen af gemeld, uit mijn mond zijn ze uitgegaan en heb ik ze doen horen,- plotseling heb ik ze gedaan en zij kwamen.
Jesaja 60,22 De kleinste zal worden tot een duizendtal, de geringste tot een volk vol kracht: ik, de ENE,- wanneer het haar tijd is zal ik het snel volvoeren.
Maleachi 3, 1 Zie, ik zend mijn bode die voor mijn aanschijn een weg bereiden zal; plotseling zal hij zijn tempel binnenkomen, de Heer die gij zoekt, de bode van het ver-bond in wie gij behagen hebt: zie, hij komt!, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde.
WOORDSTUDIE:
‘MOETEN’ (noodwendig)
Septuagint: δεῖ / δέησις
Jesaja 1,15
Jeremia 3,21
Jeremia 11,14
Jeremia 14,12
Richteren 9,12
1 Koningen 8,28
1 Koningen 8,30
1 Koningen 8,38
1 Koningen 8,45
1 Koningen 8,49
1 Koningen 8,52
1 Koningen 8,54
1 Koningen 9, 3
NOG UITWERKEN
en welke hij in tekenen bekendgemaakt heeft – καὶ ἐσήμανεν
Jozua 6, 8 En het geschiedt, zodra Jozua dit tot de gemeente gezegd heeft zijn de zeven priesters die de zeven ramshoorns van de joveelrammen dragen voor het aanschijn van de ENE overgestoken en hebben zij stoten [septuagint: σημαινέτωσαν = signalen] gegeven op de ramshoorns; terwijl de ark van het verbond van de ENE achter hen voortgaat:
door de zending, van zijn engel - ἀποστείλας διὰ τοῦ ἀγγέλου αὐτοῦ
# ‘angelus interpres’
Jeremia 1,11-13 Het woord van de ENE ge-schiedt aan mij en zegt: wat zie je, Jeremia?, en ik zeg: een tak van een waakamandel zie ik! 12 De ENE zegt tot mij: dat heb je goed ge-zien,- want ik waak over mijn woord om dat te doen! 13 Het woord van de ENE geschiedt aan mij een tweede keer, en zegt: wat zie je?, en ik zeg: een stomende ketel zie ik, en zijn open kant verschijnt vanuit het noorden!
Zacharia 2, 2 Ik zeg tot de engel die met mij spreekt: wat betekenen die? Hij zegt tot mij: dat zijn de horens die Juda hebben verstrooid, Israël en Jeruzalem!
# ‘mijn bode’
Maleachi 3, 1 Zie, ik zend mijn bode die voor mijn aanschijn een weg bereiden zal; plotseling zal hij zijn tempel binnenkomen, de Heer die gij zoekt, de bode van het verbond in wie gij behagen hebt: zie, hij komt!, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde.
Maleachi 3,23-24 Zie, ik zend u Elia, de profeet,- vóórdat komt de dag van de ENE, die grote en vreeswekkende; 24 bekeren zal hij het hart van vaders tot zonen en het hart van zonen tot hun vaders,- anders moet ik komen en het land slaan met een banvloek!
dienaar / knecht – עבד / δοῦλος (van de koning)
Jozua 9,24 Zij antwoorden Jozua en zeggen: omdat aan uw dienaren gemeld en gemeld is al wat de ENE, uw God, aan zijn dienaar Mozes heeft geboden,- om aan u allen heel het land te geven, en alle ingezetenen van het land te verdelgen, weg van uw aanschijn, werden wij zeer bevreesd voor onze zielen vanwege uw aanschijn en deden wij dit woord;
Jozua 14, 7 een zoon van veertig jaar was ik toen Mozes, de dienaar van de ENE, mij uit-zond uit Kadeesj Barnea om het land te verspieden; ik keerde met een woord tot hem terug zoals het met mijn hart in overeenstem-ming was;
Jozua 24,29 En het geschiedt na deze woorden dat Jozua, zoon van Noen, dienaar van de ENE, sterft,- als zoon van honderdtien jaren.
1, 2 die getuigt van het woord Gods, en van het getuigenis van Jezus Christus: al wat hij heeft gezien.
het woord Gods – τὸν λόγον τοῦ θεοῦ
Jeremia 1, 1- 2 De woorden van Jirmejahoe, zoon van Chilkiahoe, een van de priesters in Anatot in het land Benjamin, 2 aan wie het woord van de ENE is geschied in de dagen van Josjiahoe, zoon van Amon, koning van Juda,- in het dertiende jaar van diens koningschap,
Jeremia 1, 4 Het woord van de ENE geschiedt aan mij en zegt:
Jeremia 1,11 Het woord van de ENE geschiedt aan mij en zegt: wat zie je, Jeremia?, en ik zeg: een tak van een waakamandel zie ik!
Hosea 1, 1 Het spreken van de ENE dat is geschied aan Hosea, zoon van Beëri, in de dagen van Juda’s koningen Oezia, Jotam, Achaz en Jechizkia,- en in de dagen van Israëls koning Jerobeam, zoon van Joasj.
Joël 1, 1 Woord van de ENE dat is geschied tot Joël, zoon van Petoeël.
Ezechiël 33,31-32 ze komen tot jou zoals een manschap komt en zitten voor jouw aan-schijn als gemeenschap van mij: horen zullen ze je uitspraken maar ze zullen ze niet doen!- want met hun mond doen ze verliefd, maar hun hart gaat hun hebzucht achterna; 32 zie, jij klinkt voor hen als een liefdesliedje, schoon van stem en goed in tokkelen,- horen zullen ze je uitspraken maar geen van hen zal ze doen!-
septuagint: λόγος κυρίου
Jona 1, 1 Het spreken van de ENE geschiedt aan Jona, zoon van Amitai, en zegt:
Micha 1, 1 Het woord van de ENE dat is geschied aan Micha de Morasjtiet, in de dagen van Juda’s koningen Jotam, Achaz en Jechizkia,- en dat hij heeft geschouwd over Samaria en Jeruzalem.
Sefanja 1, 1 Spreken van de ENE, dat is geschied aan Sefanja, zoon van Koesjiet zoon van Gedalja zoon van Amarja zoon van Chizkia,- in de dagen dat Amons zoon Josjiahoe koning van Juda is.
Zacharia 1, 1 In de achtste maand in het tweede jaar van Darjavesj,- is het woord van de ENE geschied aan Zacharia, zoon van Berechja zoon van Ido, de profeet, zeggend:
al wat hij gezien heeft – ὅσα εἶδεν
Amos 1, 1 De woorden van Amos die één van de gespikkelde-schapenfokkers was uit Tekoa,- over wat hij over Israël heeft geschouwd in de dagen van Juda’s koning Oezia en in de dagen van Israëls koning Jerobeam, zoon van Joasj, twee jaar voor de verschijning van de beving.
Habakuk 1, 1 De draaglast die is aan-schouwd door de profeet Habakuk.
1, 3 Zalig die voorleest en zij die horen de woorden van de profetie en onderhouden wat daarin geschreven is, want het moment is nabij.
profetie – προφητείας
Jeremia 23,31 zie, ik ben tegen de profe-ten, is de tijding van de ENE,- die hun eigen tong nemen en daarmee een tijding [Septuagint: προφητείας] vertolken;
de kairos is nabij – ὁ γὰρ καιρὸς ἐγγύς
1, 4 Johannes aan de zeven vergaderingen in Ásia: genade voor u en vrede, van hem die is en die was en die komt, van de zeven geesten voor het aanschijn van zijn troon,
die is en die was en die komt – ὁ ὢν καὶ ὁ ἦν καὶ ὁ ἐρχόμενος
1 Koningen 19,10b [Josephus Ant. 8.350] ‘De enige God is Hij die is [μόνος εἴν θεὸς ὁ ῶν].
Jesaja 11, 2 Rusten zal op hem de geest van de ENE,- een geest van wijsheid en ver-stand, een geest van beraad en sterkte, een geest van kennis en ontzag voor de ENE.
Jesaja 11, 2 [Septuagint] En de geest van God zal op hem rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en kracht, de geest van kennis en godsvrucht zal hem vervullen.
Jesaja 11,4 [Septuagint] Maar hij zal de rechtzaak van de nederigen recht verschaffen en hen die vernederd worden oordelen, en hij zal de aarde slaan met het woord van zijn mond en met de adem van zijn lippen zal hij de goddelozen vernietigen.
de zeven geesten voor Zijn troon
Ezechiël 9, 2 En ziedaar, een zestal mannen komen aan, vanaf de weg van de Bovenpoort die naar het noorden gewend is, ieder met zijn gruizelwapen in zijn hand, maar één in hun midden is gekleed in linnen en heeft de inktkoker van een schrijver aan zijn lendenen; ze komen binnen en blijven stilstaan terzijde van het (slangen)-bronzen altaar?
Zacharia 3, 9 want ziehier de steen die ik aan Jozua’s verschijning geven zal: op één steen een zevental ogen; zie, ik ben de graveerder van haar graveerwerk, is de tijding van de ENE, de Omschaarde; doen wijken zal ik de ongerechtigheid van dit land in één dag;
aangezichts-engelen
Jesaja 63, 9 In al hun benauwing was het hém benauwd: de engel van zijn aanschijn heeft hen gered, door zijn liefde en zijn mededogen heeft hij hen verlost; hij heeft hen opgetild en gedragen alle dagen van eeuwig.
1, 5 en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden, en de overste van de koningen der aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons uit onze zonden heeft verlost door zijn bloed,
getrouwe getuige
Jesaja 8, 2 Ik vraag mij als getuigen betrouwbare getuigen,- Oeria de priester en Zecharjahoe, de zoon van Jeverechjahoe.
Jesaja 43,10 Gij zijt mijn getuigen!, luidt de tijding van de ENE, dienaars van mij, die ik heb verkoren,- om mij te kennen, op mij te vertrouwen en te verstaan dat ik het ben: voor mijn verschijning uit is er geen god geformeerd en na mij zal er geen zijn.
Jesaja 55, 4 zie, als getuige voor de natiën heb ik hem gegeven,- voorganger en ge-bieder van de natiën;
Jeremia 42, 5 Zij hebben tot Jeremia ge-zegd: moge de ENE tussen ons staan als een getrouwe en betrouwbare getuige,- als wij niet naar elk woord waarmee de ENE, je God, jou tot ons zendt, als we niet zó doen!-
uit onze zonden verlost door zijn bloed
Jesaja 40, 2 spreekt tot het hart van Jeruzalem en roept haar toe dat haar strijd vervuld is, omdat haar ongerechtigheid geboet is,- omdat zij uit de hand van de ENE dubbel heeft ontvangen voor al haar zonden!
1, 6 -en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, heiligdomsdienaars voor zijn God en Vader,- aan hem de glorie en de kracht tot in de eeuwen der eeuwen! Amen.
heiligdomsdienaars – priesters
2 Samuël 8,18 Benajahoe, zoon van Jehojada, gaat over de Kreti en de Pleti; en Davids zonen zijn ook priesters geworden.
Jesaja 61, 6 En uzelf: ‘priesters van de ENE’ roept men u toe, ‘dienaars van onze God’ zal men tot u zeggen; het vermogen der volkeren eet ge op, met hun glorie pronkt ge!-
1, 7 ‘Zie, hij komt met de wolken’, en elk oog zal hem zien, ook diegenen die hem doorstoken hebben; en alle stammen der aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen!
zie, hij komt…
Zacharia 9, 9 Jubel luide, dochter Sion, schal het uit, dochter Jeruzalem: zie, je koning komt naar je toe, een rechtvaardige, een redder is hij,- een ootmoedige, rijdend op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.
die hem doorstoken hebben
Zacharia 12,10 Uitstorten zal ik over het huis van David en over de ingezetene van Jeruzalem een geest van genade en van smeken om genade, en kijken zullen ze naar mij, die zij doorstoken hebben; zij zullen over hem rouwklagen als de rouwklacht over een enig kind; bitter zal men zijn over hem zoals men bitter is over de eersteling. (Zie Soeting, 33)
weeklacht
Amos 9, 5a Mijn Heer, de ENE, de Omschaarde, is het die het aardland aanraakt / en het wankelt, en allen die daarop gezeten zijn rouwen,-
Zacharia 12,12 Rouwklagen zal het land, families naast families apart; de familie van het huis van David apart en hun vrouwen apart, de familie van het huis van Natan apart en hun vrouwen apart;
1, 8 Ík ben de alfa en de omega, zegt de Heer God, die is en die was en die komt, de albeheerser.
de alfa en de omega – de eerste en de laatste
Jesaja 41, 4 Wie heeft gehandeld en gedaan?- die van hoofde aan de generaties toeroept: ik, de ENE, ben de eerste; ook bij de laatsten ben ik dezelfde!
Jesaja 44, 6 Zo heeft gezegd de ENE, Israëls koning en zijn verlosser, de ENE, de Omschaarde: ik ben de eerste en ik ben de laatste, en buiten mij is niemand God!
Jesaja 48,12 Hoor naar mij, Jakob, Israël, mijn geroepene: ik ben dezelfde, ik ben de eerste, ja ik ben de laatste;
De Heer God, die is en die was en die komt
Hosea 12, 6 De ENE, – de Omschaarde,- als ENE is hij te gedenken.
1, 9 Ík, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking, en in het koningschap en in de volharding in Jezus, raakt op het eiland dat als roepnaam ‘Patmos’ heeft, vanwege het woord van God en het getuigenis van Jezus.
1,10 Ik raak in geestvervoering op de dag van de Heer en hoor achter mij een luide stem, als van een bazuin,
in geestvervoering
Ezechiël 3,12 Dan tilt geestesadem mij op en hoor ik achter mij het geluid van een grote beving: gezegend de glorie van de ENE vanuit zijn heilig oord!
1,11 die zegt: schrijf wat je ziet in een boekje en stuur het naar de zeven vergaderingen, naar Éfeze, Smyrna, Pérgamum en Tyatíra, naar Sardes, Filadélfia en Laodicéa!
1,11 Zeggende [λεγούσης]: Ik ben de Alfa en de Oméga [ἐγώ ἐιμι τὸ α καὶ ὁ ω], de Eerste en de Laatste [ὁ πρῶτος καὶ ὁ ἔσχατος]; en hetgeen gij ziet [καὶ ὁ βλέπεις], schrijf dat in een boek [γράφον εἰς βιβλίον], en zend het aan de zeven gemeenten [καὶ πέμψον ταῖς ἐκκλησίαις], die in Azië zijn [ταῖς ἐν ἀσία], namelijk naar Éfeze [εἰς Ἔφεσον], en naar Smyrna [καὶ εἰς Σμύρναν], en naar Pérgamus [καὶ εἰς Φέργαμον], en naar Thyatíre [καὶ εἰς Θυάτειρα], en naar Sardis [καὶ εἰς Σάρδεις], en naar Filadelfía [καὶ εἰς Φιλαδέλφειαν], en naar Laodicéa [καὶ εἰς Λαοδίκειαν]. [Statenvertaling, vanuit Textus Receptus]
‘schrijf…’ en ‘stuur…’ – ‘’hoort…’ en ‘getuigt’
Amos 3,13 [Septuagint] Hoort, gij priesters en getuigt tot het huis van Jakob, zegt de Here God, de Almachtige.
1,12 Ik keer mij om de stem te zien die met mij heeft gesproken, en als ik mij omkeer zie ik zeven gouden kandelaren,
om de stem te zien
Ezechiël 3,12 Dan tilt geestesadem mij op en hoor ik achter mij het geluid van een grote beving: gezegend de glorie van de ENE vanuit zijn heilig oord!
gouden kandelaren
1 Koningen 7,48-49 Dan maakt Salomo alle gereedschappen voor het huis van de ENE: het gouden altaar en de gouden tafel waarop het brood des aanschijns komt; 49 de vijf luchters rechts en de vijf links van het aanschijn van de binnenkamer, van aaneengesloten goud; de bloemkelken, de lampen en de snuiters van goud;
Zacharia 4, 2 Hij zegt tot mij: wat zie je?, en ik zeg: gezien heb ik, en ziedaar een kan-delaar [Septuagint: λαμπαδεῖον], geheel van goud met een oliekom op haar top en met haar zeven lampen [Septuagint: ἑπτὰ ἐπαρυστρίδες] op haar, een zevental, en met zeven gootjes voor de lam-pen op haar top;
Zacharia 4,11-14 Ik antwoord en zeg tot hem: wat betekenen deze twee olijfbomen
aan de rechterkant van de kandelaar en aan haar linkerkant? 12 Ik antwoord een tweede keer en zeg tot hem: wat betekenen deze twee takken van de olijfbomen die door twee buizen van goud zich ontledigen van het goud? 13 Hij zegt tot mij, hij zegt: weet je niet wat die betekenen? Ik zeg: nee, mijn heer! 14 Hij zegt: zij zijn de twee ‘zonen van de zalfolie’,- die staan bij de Heer van heel de aarde!
1,13 en in het midden van de kandelaren iemand die lijkt op een mensenzoon, bekleed met een gewaad dat tot de voeten reikt en tot aan de borsthelften omgord met een gouden gordel;
iemand die lijkt op een mensenzoon
Ezechiël 1,26-28a Bóven het gewelf boven hun hoofd is iets zichtbaar als van saffier-steen: de gedaante van een troon; en óp de gedaante van de troon een gedaante met het aanzien van een mens daarop, daar bovenop. 27 Dan zie ik iets dat oogt als staal, eruit-ziet als vuur met een huls daaromheen; te zien van zijn lendenen naar boven,- en te zien van zijn lendenen naar beneden zag ik wat er-uitzag als vuur met glans daaromheen. 28a Zoals het aanzien van de boog die in de wolk opkomt op de dag van de stortregen, zo is het aanzien van de glans eromheen; het is het aanzien van de gedaante van de glorie van de ENE;
1,14 maar zijn hoofd en haren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vlam van vuur,
wit als…
Jesaja 1,18 Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de ENE; al zijn uw zonden als scharlaken, als sneeuw zo wit worden ze; al zijn ze zo rood als karmozijn, als wol zullen ze worden.
als een vlam van vuur
Jesaja 66,15-16 Want zie, de ENE zal komen in vuur en zijn wagens zijn als de wervel-wind,- om zijn toorn te keren in gloed, zijn verwijt in vlammen vuur. 16 Want te vuur en te zwaard zal de ENE met alle vlees in het gericht gaan, velen zullen door de ENE worden doorboord.
Jeremia 21,12 huis van David, zó heeft gezegd de Ene oefent in de ochtend recht en redt een beroofde uit de hand van zijn verdrukker,- anders vaart mijn gramschap uit als het vuur en zal zo branden dat niemand kan blussen, vanwege het kwaad van uw handelingen;
Ezechiël 1,13 De gedaante der levende wezens, hun aanzien is als brokken vuur die branden en eruitzien als fakkels [Septuagint: λαμπάδων], terwijl het heen en weer gaat tussen de levende wezens; gláns heeft dat vuur en uit het vuur komt bliksem tevoorschijn.
1,15 en zijn voeten gelijk geelkoper, als in een oven vuur-doorgloeid gemaakt, en zijn stem als een stem van vele wateren;
een stem van vele wateren
Ezechiël 1,24 Als zij gaan hoor ik het stemgeluid van hun vleugels als de stem van vele wateren, als de stem van de Overmachtige, een stemgeluid van gedruis als het stemgeluid van een leger; als ze stilstaan laten ze hun vleugels zinken.
Ezechiël 43, 2 En ziedaar de glorie van de God van Israël die aankomt uit de richting van het oosten; zijn stem was als het stemgeluid van vele wateren en de aarde werd door zijn glorie verlicht.
variant: geluid van een grote beving
Ezechiël 3,13 Het geluid van de vleugels van de levende wezens die elkaar kussen als vrouw en zuster en het geluid van de raderen naast hen,- is het geluid van een grote beving.
1,16 in zijn rechterhand heeft hij zeven sterren; uit zijn mond trekt een tweemondig scherp zwaard uit en zijn aanschijn schijnt als de zon in zijn kracht.
rechterhand
Richteren 3,15b Ehoed, zoon van Gera zoon van de Jeminiet,- rechterhand, een man met een gebrekkige rechterhand; de zonen Israëls zenden door zijn hand een broodgift aan Eglon, koning van Moab.
Richteren 5,26 Haar hand stak zij uit naar de tentpin, haar rechterhand naar een hamer van zwoegers; zij hamerde op Sisera, timmerde op zijn hoofd, verwondde, doorboorde zijn keelgat.
Richteren 20,16 Uit heel de gemeenschap zeven honderdtallen uitgelezen manvolk met een gebrek aan de rechterhand,- maar al de-zen met de steen slingerend naar een haar zonder te missen.
Jesaja 45, 1 Zo heeft gezegd de ENE tot zijn gezalfde, tot Koresj, die ik bij de rechterhand heb gevat om voor zijn aanschijn uit volkeren neer te stoten zodat ik ontgord lendenen van koningen,- om voor zijn aanschijn uit deuren te openen en poorten die niet meer worden gesloten:
Jesaja 48,13 ja, mijn hand heeft de aarde gegrondvest, mijn rechterhand heeft de he-melen uitgehangen; roep ík tot hen dan staan zij daar tezamen.
Jesaja 62, 8 Gezworen heeft de ENE bij zijn rechterhand, bij zijn arm zo vol van kracht: als ik óóit nog je graan weggeef als eten voor je vijand, als óóit de zonen van een vreemde jouw most zullen drinken waarvoor jij hebt gezwoegd!…
Jeremia 22,24 Zowaar ik leef, is de tijding van de ENE, zelfs al is Konjahoe, zoon van Jehojakiem, koning van Juda, een zegelring aan mijn rechterhand,- toch zal ik je daarvan afrukken;
Habakuk 2,16 Verzadigen zul je je met geringschatting in plaats van glorieus gewicht; drink ook zelf en toon je naakte voorhuid!- naar jou toe zal worden gedraaid een beker uit de rechterhand van de ENE, vol geringschatting over jouw gewichtige glorie!
Zacharia 3, 1 Dan laat hij mij zien: Jozua, de hogepriester, staande voor het aanschijn van de engel van de ENE,- en de satan,- aanklager, staande aan zijn rechterhand om hem aan te klagen.
variant: luisterrijke arm
Jesaja 63,12 die ter rechterhand van Mozes liet meegaan zijn luisterrijke arm; die wateren kliefde voor hun aanschijn en zich zo een eeuwige naam heeft gemaakt;
uit zijn mond
2 Samuël 22, 9 Rook steeg op uit zijn neus, een vuur uit zijn mond vrat om zich heen; gloeiende kolen brandden van daaruit.
Jesaja 11, 4 Geringen zal hij richten met gerechtigheid, in oprechtheid zal hij vonnis vellen voor de gebogenen op aarde; slaan zal hij de aarde met de roede van zijn mond, met de geestesadem van zijn lippen de boosdoe-ner doden.
Jesaja 49, 2 Hij maakte mijn mond zo scherp als een zwaard, in de schaduw van zijn hand heeft hij mij laten schuilen; hij heeft mij gemaakt tot een glinsterende pijl, in zijn koker hield hij mij verborgen.
zijn aanschijn schitterde als de zon
Richteren 5,31 Zo zullen teloorgaan al uw vijanden, o ENE, en wie hem liefhebben zijn zoals de zon uittrekt in zijn kracht! Dan heeft het land veertig jaar rust.
Ezechiël 1,16 Het aanzien van de raderen en hun makelij oogt als turkoois, met éénzelfde gedaante van alle vier; hun aanzien en hun makelij zijn alsof het ene rad midden in het andere rad is.
Ezechiël 1,27-28 Dan zie ik iets dat oogt als staal, eruitziet als vuur met een huls daaromheen; te zien van zijn lendenen naar boven,- en te zien van zijn lendenen naar beneden zag ik wat eruitzag als vuur met glans daaromheen. 28 Zoals het aanzien van de boog die in de wolk opkomt op de dag van de stortregen, zo is het aanzien van de glans eromheen; het is het aanzien van de gedaante van de glorie van de ENE; ik zie dit alles en val neer op mijn aanschijn; dan hoor ik de stem van een die spreekt.
Ezechiël 8, 2 Ik zie toe, en ziedaar een gedaante met het aanzien van vuur, van zijn lendenen naar beneden is vuur te zien,- en van zijn lendenen naar boven ziet het er uit als een schittering, ogend als van staal.
1,17 En als ik hem zie, val ik als een dode voor zijn voeten, en hij legt zijn rechterhand op mij, zeggend: vrees niet; ík, ík ben de eerste en de laatste
vrees niet…
Jesaja 41,27 Als eerste heb ik tot Sion gezegd: zie, hier zijn ze!, tot Jeruzalem: een brenger van blijde boodschap geef ik!
Jesaja 44, 2 Zo heeft gezegd de ENE, die je gemaakt heeft en gevormd van de moeder-schoot af, die je helpt: vrees niet, mijn dienaar Jakob, Jesjoeroen, die ik heb uitgeko-zen!-
de eerste en de laatste
Jesaja 41, 4 Wie heeft gehandeld en ge-daan?- die van hoofde aan de generaties toe-roept: ik, de ENE, ben de eerste; ook bij de laatsten ben ik dezelfde!
Jesaja 44, 6 Zo heeft gezegd de ENE, Israëls koning en zijn verlosser, de ENE, de Omschaarde: ik ben de eerste en ik ben de laatste, en buiten mij is niemand God!
Jesaja 48,12 Hoor naar mij, Jakob, Israël, mijn geroepene: ik ben dezelfde, ik ben de eerste, ja ik ben de laatste;
1,18a en de levende, en ik ben een dode geworden, en zie: levend ben ik tot in de eeuwen der eeuwen,
de levende
Jozua 3,10 Dan zegt Jozua: hieraan zult ge weten dat een godheid die lééft in uw midden is: ontervend zal hij voor uw aanschijn onterven de Kanaäniet, de Chitiet en de Chiviet; de Periziet en de Girgasjiet, de Amoriet en de Jeboesiet;
1,18b en ik heb [καὶ ἔχω = hebben; vasthouden] de sleutels van de gestorven staat en van de hades;
de sleutels van de gestorven staat
Jesaja 22,22 De sleutel van het huis van David zal ik hem op de schouder leggen,- heeft hij daarmee geopend: geen die sluit, en heeft hij gesloten: geen die opent.
Jesaja 45, 1- 7 Zo heeft gezegd de ENE tot zijn gezalfde, tot Koresj, die ik bij de rechter-hand heb gevat om voor zijn aanschijn uit volkeren neer te stoten zodat ik ontgord lendenen van koningen,- om voor zijn aanschijn uit deuren te openen en poorten die niet meer worden gesloten: 2 ík ga voor jouw aanschijn uit en maak obstakels effen; bronzen deuren zal ik verbreken, ijzeren grendels houw ik af!- 3 geven zal ik jou de schatten van het duister, voorraden die verborgen waren,- op-dat je zult erkennen dat ik, de ENE, het ben die je roept bij je naam, de God van Israël!-
4 omwille van mijn dienaar, Jakob, Israël, mijn verkorene,- riep ik je bij je naam, noem-de ik je apart, al kende jij mij niet!- 5 ik ben de ENE en anders geen, buiten mij is niemand God; ik gordde jou, al kende jij mij niet!- 6 opdat ze zullen erkennen van het gloren der zon tot waar het avond wordt dat er niets buiten mij om is: ik ben de ENE en anders geen, 7 de formeerder van licht en de schepper van duister, de maker van vrede en de schepper van kwaad,- ik, de ENE, ben de maker van dit alles! [vgl: Daniël 10, 1]
1,19 schrijf dus op wat je gezien hebt, én wat is én wat op het punt staat te geschieden hierna;
schrijf op wat je gezien hebt
Jesaja 48, 6 Al wat je gehoord hebt en aanschouwd, jullie, zullen jullie het niet mel-den? Van nu af doe ik je nieuwe dingen horen, geheimenissen, waarvan je niet wist;
1,20 het geheim van de zeven sterren die jij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren, is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven vergaderingen, en de zeven kandelaren zijn de zeven vergaderingen (zelf)!
de engelen van de zeven vergaderingen
Haggaï 1,13 Dan zegt Haggai, de bode van de ENE – מלאך ‘הוה- LXX: ἄγγελος κυρίου, met een boodschap van de ENE tot de gemeente wat hij moet zeggen: ik ben bij u, is de tijding van de ENE!
Maleachi 2, 7 Want de lippen van een priester moeten kennis bewaren, en onderricht zoeken ze uit zijn mond; want een bode van de ENE – מלאך ‘הוה – Septuagint: ἄγγελος κυρίου] de Omschaarde, is hij.