Opb 11 – Tekstvergelijkingen met de Tenach – Geschriften

De Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Naardense Bijbel, met schriftelijke toestemming van uitgeverij Skandalon. Voorlopig is alleen de tekst van Openbaring genomen uit de nieuwe gewijzigde editie van februari 2024. De overige Bijbelcitaten zullen nog worden aangepast aan die editie.

11, 1    En mij werd een rietstengel gegeven, een scepter gelijk, met de woorden: waak op en meet de tempel van God, én het altaar en hen die daarin hulde brengen:

rietstengel / rietmeetstok
Klaagliederen 2, 8 Hij moest berekenen, de Ene, hoe hij zou vernietigen de ommuring van Sions dochter, hij strekte een meetlint uit, en heeft zijn hand niet weerhouden voordat alles was verzwolgen; voorwal en muur dompelde hij in rouw, samen zakten ze ineen.

11, 2    en laat de voorhof buiten de tempel erbuiten vallen en meet die níet, want hij werd aan de volkeren (of: heidenen) gegeven en zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang;

vertrappen van het Heiligdom
Psalm 79, 1 O God!- heidenen zijn gekomen in uw erfdeel, hebben uw hal, uw heiligdom ontwijd, Jeruzalem in puin gelegd!

Daniël 8,11 En als de vorst van de strijdschaar, zo groot maakte hij zich; van hem werd het voortdurende offer weggenomen en de plaats van zijn heiligdom verworpen.

Daniël 8,13 Dan hoor ik één heilige spreken, en zegt één andere heilige tot degene die spreekt: tot wanneer duurt die aanschouwing van het voortdurende offer en de verwoestende misstap, de prijsgave van het heiligdom en de vertrappende strijdschaar?

Daniël 11,31 sterke armen staan vanuit hem op,- ontwijden zullen ze het heiligdom, de veste, en het voortdurende offer verwijderen; ze geven ruimte aan de gruwel der verwoesting;

Daniël 12,11-12 vanaf de tijd dat het voortdurende offer wordt verwijderd om ruimte te geven aan de gruwel der verwoesting,- zijn er aan dagen: duizend, dubbelhonderd en negentig; 12 zalig wie kan wachten en bereikt,- aan dagen: een duizendtal, drie honderdtallen, dertig en een vijftal!-

11, 3    en ik zal mijn twee getuigen opdracht geven en zij zullen profeteren twaalfhonderdzestig dagen lang, omworpen met rouwzakken!

11, 4    Zij zijn ‘de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die vóór het aanschijn van de Heer van de aarde staan’

olijfboom
Psalm 52,10 En ik, als een olijfboom bloeiend in het huis van God, weet mij veilig in Gods vriend-schap eeuwig en immer!

11, 5    En indien iemand hun onrecht wil doen, zal vuur uitgaan uit hun mond om hun vijanden te verteren. Ja, indien iemand hun onrecht zal willen doen, moet hij zó omgebracht worden.

Verterend vuur
Psalm 97, 3  Vuur gaat voor zijn aanschijn uit, verschroeit zijn benauwers rondom!

11, 6    Zíj hebben de volmacht de hemel te sluiten, zodat geen stortbui regent gedurende de dagen van hun profeteren en zij zullen volmacht hebben over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde met allerlei plagen te slaan, zo dikwijls als zij maar willen.

11, 7    En wanneer zij hun getuigenis tot voleinding gebracht hebben, zal het beest dat opkomt uit de afgrond oorlog met hen voeren en hen overwinnen en ombrengen.

beest dat opkomt uit de afgrond
Daniël 7, 3  en vier overgrote levende wezens stegen op uit de zee,- ze verschilden, deze van die.

oorlog voeren tegen de twee getuigen
Daniël 7,21  Ik bleef aanschouwen, en deze horen voerde oorlog met de heiligen,- en kon hen aan,

11, 8    En hun lijk zal blijven liggen op de straat van de grote stad die geestelijk ‘Sodom’ en ‘Egypte’ als roepnaam heeft, waar ook hun Heer is gekruisigd.

hun lijk blijft liggen op de straat van de grote stad
Psalm 44,23 maar heel de dag worden we vermoord om u, beschouwd als kleinvee voor de slacht!

stad en heiligdom verdorven
Daniël 9,26 en ná die tweeënzestig zevendaagsen wordt een gezalfde weggemaaid zonder dat er iets tegen hem is; de stad en het heiligdom worden verdorven door de manschap van een leidsman die komt, maar zijn einde vindt in de overstroming, en tot zo’n einde is er oorlog,- vastbesloten is het: verwoesting!-

11, 9    En uit de gemeenschappen en talen en volkeren bekijken ze hun lijk drieëneenhalve dag lang en laten niet toe dat hun lijken in een gedenkplaats worden gelegd.

hun lijken worden niet begraven
Psalm 79, 2- 3 Ze gaven het lijk van uw dienaars te vreten aan de vogels van de hemel, het vlees van uw vromen aan de wilde beesten van de aarde! 3 Rondom Jeruzalem vergoten ze als water hun bloed en niemand die begroef!

11,10   En die op de aarde wonen verheugen zich over hen, en vieren feest en zenden elkaar geschenken, omdat deze twee profeten de bewoners van de aarde hebben gekweld.

de hele aarde is verheugd over de dood van de getuigen
Psalm 79, 4  Wij werden een smaad voor onze medebewoners, tot spot en hoon voor allen om ons heen.

Psalm 105,38 Egypte was verheugd dat zij vertrokken, want schrik voor hen had hen overvallen.

11,11   En na drieëneenhalve dag komt levensadem uit God in hen, en zij gaan op hun voeten staan), en een grote vrees valt op hen die hen aanschouwen.

11,12   En zij horen een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: klimt óp, hierheen! En zij klimmen ten hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwen hen.

11,13   En op dat uur geschiedt een grote aardbeving en het tiende deel van de stad valt in, en zevenduizend namen van mensen worden in de beving omgebracht. En het geschiedt dat de overigen door vrees bevangen worden, en zij geven glorie aan de God van de hemel.

de God des hemels wordt eer gegeven
Daniël 2,18-19  en dat zij om ontferming moesten verzoeken van het aanschijn van de God des hemels inzake dit geheimenis,- opdat Daniël en zijn gezellen niet zouden omkomen samen met de rest van Babels wijzen. 19 Terstond werd aan Daniël in een visioen des nachts het geheimenis onthuld,- en na dat moment zegende Daniël de God des hemels.

11,14   Het tweede ‘wee’ gaat weg; zie, het derde ‘wee’ komt weldra!

11,15   En de zevende engel trompettert, en grote stemmen geschieden in de hemel, zeggend: nu geschiedt het koningschap over de wereld van onze Heer en zijn Gezalfde; en hij zal als koning heersen tot in de eeuwen der eeuwen!

hij zal als koning heersen
Psalm 2, 5  Eens zal hij tot hen spreken in zijn toorn, met zijn woede hen verbijsteren.

Psalm 2, 6 ‘Zelf heb ik hem gewijd, mijn koning, op de Sion, het gebergte van mijn heiligdom!’

Psalm 10,16 De ENE is koning voor eeuwig en immer, volkeren zijn verdwenen uit zijn land!

Psalm 22,28-29 Eens worden indachtig en keren zich tot de ENE alle uithoeken der aarde, en buigen voor uw aanschijn alle families van volkeren. 29 Want het koningschap is aan de Ene, hij is heerser over de volken!

Psalm 99, 1 De ENE werd koning,- gemeenschappen sidderen; hij zetelt bij cheroeviem,- nu wankelt de aarde!

Daniël 2,44 maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk doen opstaan dat in eeuwigheden niet zal vergaan en welks koningschap nooit zal worden overgelaten aan een ander volk; het zal verpulveren en tenietdoen al die koninkrijken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid;

Daniël 7,14 Hem werd verleend: heerschappij, waardigheid en koningschap, en alle gemeenschappen, natiën en talen eerden hem: zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet vergaat en zijn koningschap is er een dat niet wordt beschadigd!

Daniël 7,27 en het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel, zal worden gegeven aan de gemeenschap der heiligen van de Allerhoogste; diens koningschap is een eeuwig koningschap en alle heerschappijen zullen hem eren en gehoorzamen!

11,16-17En de vierentwintig oudsten, die vóór het aanschijn van God zetelen op hun tronen, vallen op hun aanschijn en brengen God hulde, zeggend: 17 wij danken u, Heer God, albeheerser, die is en die was, dat gij uw grote macht op u neemt en uw koningschap begint;

Ter vergelijking: de hymne van de overwinnaars van het beest
15, 2- 3 En ik zag iets als een zee van glas, vermengd met vuur; en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam staande aan (of: ‘op’) de glazen zee met citers van God; 3 en zij zingen de zang van Mozes, de dienaar van God, en de zang van het lam, met de woorden: groot en wonderbaar zijn uw werken, Heer God, albeheerser; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, koning van de volkeren!-

een hymne tot lof van God
Psalm 2, 6- 8 ‘Zelf heb ik hem gewijd, mijn koning, op de Sion, het gebergte van mijn heiligdom!’  7 Ik wil gewagen van het besluit van de Ene, hij heeft tot mij gezegd: ‘jij bent mijn zoon, ikzelf heb jou heden voortgebracht! 8 vraag het van mij, en ik geef volken jou ten erfdeel, jou in eigendom de randen van de aarde!-

1 Kronieken 16, 1-43 Ze komen met de ark van God aan en stellen hem op naar midden onder het tentdoek dat David voor hem heeft uitgespannen; dan doet David tot het aanschijn van God opgangs-gaven naderen, en vredesgaven. 2 Als David eindigt met het laten opklimmen van de opgangsgave en de vredesgaven,- zegent hij de gemeente met de naam van de ENE. 3 Aan alle man van Israël, van man tot vrouw,- aan ieder deelt hij uit: een bol brood, een klomp dadels en een rozijnenkoek. 4 Hij geeft voor het aanschijn van de ark van de ENE uit de Levieten eredienaars een plaats,- om te doen gedenken, te danken en te loven de ENE, de God van Israël: 5 Asaf als het hoofd en als zijn tweede: Zecharja; Jeïël, Sjemiramot, Jechiël, Matitja, Eliav, Benajahoe, Obed Edom en Jeïël, met als in-strumenten luiten en harpen, terwijl Asaf zich liet horen met cimbalen, 6 met Benajahoe en Jachaziël, de priesters,- voortdu-rend met trompetten voor het aanschijn van de ark van het verbond van God. 7 Op die dag, tóen heeft David voor het eerst opdracht gegeven om dank te brengen aan de ENE,- door de hand van Asaf en zijn broeders:

8 Brengt dank aan de ENE,
roept hem bij zijn Naam,
maakt bij de volken
zijn handelen bekend.
9 Zingt voor hem,
wilt spelen voor Hem,
maakt gewag
van zijn wondere werken.
10 Prijst u gelukkig met zijn
heilige naam,
verheuge zich het hart
van wie zoeken naar de ENE!
11 Vraagt raad bij de ENE
en zijn sterkte,
zoekt zijn aanschijn gestadig.
12 Weest indachtig
zijn wonderen die hij deed,
zijn tekenen,
de rechtspraak van zijn mond,
13 zaad van Israël, zijn dienaar,
zonen van Jakob,
door hem verkoren!
14 Hij, de ENE, is onze God,
over heel de aarde
klinkt zijn rechtspraak.
15 Gedenkt
voor eeuwig zijn verbond,
het woord dat hij gebood
voor duizend geslachten:
16 dat hij
met Abraham smeedde,
zijn eed aan Isaak gezworen;
17 die hij voor Jakob
stelde tot wet,
voor Israël een eeuwig verbond.
18 Door te zeggen:
‘Het land Kanaän geef ik aan jou,
als bedding
aan jullie toegemeten!’-
19 toen ge waart gering in getal,
een handvol, zwervend daarin.
20 Zij gingen
om van volk naar volk,
van een koninkrijk hier
naar een gemeenschap elders:
21 hij liet geen man toe
hen te verdrukken,
om hen wees hij koningen terecht.
22 ‘Raakt mijn gezalfden
niet aan,
doet mijn profeten geen kwaad!’

23 Zingt voor de ENE,
heel de aarde,
boodschapt van dag tot dag
zijn heil!
24 Vertelt bij de volken
zijn glorie,
zijn wonderen
bij alle gemeenschappen!
25 Want groot is de ENE
en zeer te loven,
te vrezen is Hij boven alle goden.
26 Want alle goden
der gemeenschappen
zijn ijdel vertoon,
de ENE is de maker des hemels.
27 Lichtglans en luister
zijn voor zijn aanschijn,
sterkte en sieraad
in zijn woonplaats!
28 Brengt de ENE,
families van gemeenschappen,
brengt de ENE glorie en sterkte;
29 brengt de ENE de glorie
van zijn naam,-
heft op een broodgift
en komt voor zijn aanschijn,
buigt voor de ENE
in heiligdomsluister.
30 Beeft voor zijn aanschijn,
allen op aarde,

vast staat nu de wereld,
zij wankelt niet!
31 Laat verheugd zijn
de hemelen en jubele de aarde,
laat ze bij de volkeren zeggen:
de ENE werd koning!
32 Laat donderen de zee
en zijn volheid,
laat jubelen het veld
en al wat daarop is!
33 Ja, dat juichen de bomen
van het woud,-
voor het aanschijn van de ENE,
want hij komt
om de aarde te richten.
34 Brengt dank aan de ENE
want hij is goed,
ja, voor eeuwig
is zijn vriendschap!
35 Zegt dan: red ons,
God van onze redding!,
herzamel ons,
ontruk ons aan de volkeren,-
om dank te zeggen
aan uw heilige naam,
om u te roemen met een lofpsalm.
36 Gezegend de ENE, Israëls God,
vanaf deze eeuw
en tot in der eeuwigheid!
Zeggen zullen ze,
heel de gemeente:
amen, lof-en-prijs aan de ENE!

37 Dan laat hij het daar, voor het aanschijn van de ark des verbonds van de ENE, over aan Asaf en aan zijn broeders,- om voortdurend dienstbaar te zijn aan het aanschijn van de ark, volgens het woord voor een dag op zijn dag; 38 ook Obed Edom en zijn broeders, achtenzestig man,- met Obed Edom, de zoon van Jeditoen, en Chosa als poortwachters;
39 en de priester Tsadok en zijn broeders de priesters voor het aanschijn van de woning van de ENE,- op de offerhoogte bij Gibeon,
40 om opgangsgaven voor de ENE te doen opgaan op het altaar voor de opgang, voortdurend, ‘s ochtends en ‘s avonds; naar al wat geschreven staat in het onderricht van de ENE dat hij over Israël heeft geboden. 41 Bij hen zijn Heman, Jedoetoen en de overige uitgelezenen die met namen zijn aangewezen,-
om ‘dank te brengen aan de ENE, want voor eeuwig is zijn vriendschap!’ 42 Bij hen, Heman en Jedoetoen, zijn trompetten en cimbalen voor wie zich laat horen en instru-menten voor de zang van God,- met de zonen van Jedoetoen voor de poort. 43 Dan gaan ze, heel de gemeente, ieder naar zijn huis,- en keert ook David terug om zijn huis te zegenen.

11,18de volken worden vertoornd en uw toorn komt en het moment om de doden te oordelen en het loon te geven aan uw dienaren de profeten en aan de heiligen en wie uw naam vrezen, de kleinen en de groten en om te verderven die de aarde verderven!

de volkeren zijn in toorn ontstoken
Psalm 2, 1- 2 Waardoor raakten volkeren in beroering en spellen naties slechts leegte?- [2] posteren zich de koningen der aarde, hebben machtigen samen beraadslaagd tegen de ENE en zijn gezalfde!

de toorn van God is gekomen
Psalm 46, 7 Volkeren kreunden, koninkrijken wankelden, hij liet zijn stem horen: de aarde, die versmolt;

die uw naam vrezen…
Psalm 61, 6 Want gij, God, hebt naar mijn geloften gehoord, hebt erfgoed gegeven aan wie vrezen uw naam.

Psalm 115,13 Hij zegent al wie vrezen de Ene, de kleinen met de groten!

de toorn van de volkeren wordt beantwoord met toorn
Psalm 2, 5 Eens zal hij tot hen spreken in zijn toorn, met zijn woede hen verbijsteren.

11,19   En geopend wordt de tempel van God in de hemel, en zichtbaar wordt de ark van zijn verbond in zijn tempel (Opb. 19,11); en er geschieden bliksemstralen en stemmen en donderslagen en een aardbeving en zware hagel.

de ark van het verbond
Psalm 132, 8 Sta op, Ene, naar de plaats van uw rust, gij en de ark van uw kracht!

1 Kronieken 16, 1  Ze komen met de ark van God aan en stellen hem op naar midden onder het tentdoek dat David voor hem heeft uitgespannen; dan doet David tot het aanschijn van God opgangsgaven naderen, en vredesgaven.

Over dkaashoek

Bijbel & Theologie
Dit bericht is geplaatst in Hoofdstuk 11. Bookmark de permalink.

Geef een reactie