De Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Naardense Bijbel, met schriftelijke toestemming van uitgeverij Skandalon. Voorlopig is alleen de tekst van Openbaring genomen uit de nieuwe gewijzigde editie van februari 2024. De overige Bijbelcitaten zullen nog worden aangepast aan die editie.
11, 1 En mij werd een rietstengel gegeven, een scepter gelijk, met de woorden: waak op en meet de tempel van God, én het altaar en hen die daarin hulde brengen:
rietstengel / rietmeetstok
2 Koningen 21,13 uitstrekken zal ik over Jeruzalem het meetsnoer voor Samaria en de weegsteen voor het huis van Achab; schoonvegen zal ik Jeruzalem zoals een afwasser de schotel schoonveegt en omleggen zal, op z’n kop;
Jesaja 34,11 Reiger en roerdomp zullen haar beërven, velduil en raaf in haar wonen,- uitspannen zal hij over haar het meetsnoer van woestheid en de richtstenen van warboel.
Ezechiël 40, 1- 6 In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, in Rosj Hasjanah, de kop van het jaar, op de tiende na nieuwemaan, in het veertiende jaar nadat de stad verslagen werd,- op deze eigenste dag is de hand van de ENE over mij gevallen en bracht hij mij daarheen. 2 In goddelijke gezichten bracht hij mij naar het land van Israël,- en zette hij mij neer op een zeer hoge berg, met daarop iets als een stad gebouwd, aan de zuidzijde. 3 Hij brengt mij daarheen, en ziedaar een man die eruitziet zoals koperbrons eruitziet, met een linnen snoer in zijn hand en een meetriet; hij staat in de poort. 4 De man spreekt mij aan: mensenzoon, zie met je ogen, hoor met je oren en zet je hart op al wat ik je zal laten zien, want om dat jou te laten zien ben je hierheen gebracht; al wat jij gaat zien, meld dat aan het huis Israël! 5 En ziedaar een muur aan de buitenkant van het Huis rondom in het rond,- en in de hand van de man het meetriet van zes ellen met de el en een handbreedte; hij meet de breedte van het gebouwde: één riet, en hoever het oprijst, één riet. 6 Als hij aankomt bij de poort die zijn aanschijn heeft in de richting van het oosten, klimt hij zijn trappen op; hij meet de drempel van de poort op: één riet breed, en weer één drempel: weer één riet breed,
Amos 7, 7- 9 Zo heeft hij mij laten zien: zie, mijn Heer geposteerd / op een loodrechte muur,- met in zijn hand een schietlood; 8 dan zegt de ENE tot mij: wát zie je, Amos?, en ik zeg: een schietlood!- dan zegt mijn Heer: zie, ik zet een schietlood in de kring van mijn gemeente Israël, ik wil niet doorgaan met nogmaals aan hem voorbij te gaan!- 9 verwoest zullen worden de offerhoogten van Isaak, en Israëls heiligdommen gaan in puin; ik zal tegen Jerobeams huis opstaan / met het zwaard!
Zacharia 2, 5- 9 Ik hef mijn ogen op en zie en ziedaar een man,- met in zijn hand een meetsnoer. 6 Ik zeg: waar gaat u heen? Hij zegt tot mij: Ik ga Jeruzalem opmeten en zien wat haar breedte wordt en wat haar lengte! 7 En zie, de engel die met mij spreekt trekt uit,- en een andere engel trekt uit hem tege-moet. 8 Hij zegt tot hem: ren!, spreek die jongen daarginds aan en zeg: Jeruzalem zal dorpsgewijs bewoond worden, vanwege de veelheid van mensen en vee in haar; 9 ikzelf zal voor haar wezen, is de tijding van de ENE, een muur van vuur rondom,- en tot gloria zal ik wezen in haar!
meten
2 Samuel 8, 2 Dan slaat hij op Moab in: hij meet ze af met een snoer; hij dwingt ze eerst om ter aarde te liggen; meet hij twee snoeren af dan volgt de dood, en een vol snoer is: laten leven; zo wordt Moab voor David tot een volk van dienaren, aandragers van schatting.
Ezechiël 42,20 langs de vier windstreken heeft hij gemeten. Het heeft een ommuring rondom in het rond, van vijfhonderd lang en vijfhonderd breed,- om scheiding te maken tussen het heilige en wat gewoon is.
11, 2 en laat de voorhof buiten de tempel erbuiten vallen en meet die níet, want hij werd aan de volkeren (of: heidenen) gegeven en zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang;
vertrappen van het Heiligdom
Jesaja 63,18 Waarom mochten boosdoeners uw heiligheid kleineren, onze verdrukkers uw heiligdom vertrappen?
Zacharia 12, 3 Geschieden zal het te dien dage dat ik Jeruzalem zal maken tot een niet te torsen steen voor alle gemeenschappen: allen die haar willen torsen zullen er zich inkervingen aan kerven,- al zullen ook tegen haar zich verzamelen alle volkeren der aarde.
meet die niet…
Ezechiël 47,11 zijn moerassen en zijn poelen, die zullen niet genezen, aan het zout zijn die prijsgegeven;
11, 3 en ik zal mijn twee getuigen opdracht geven en zij zullen profeteren twaalfhonderdzestig dagen lang, omworpen met rouwzakken!
omworpen met rouwzakken
2 Koningen 19, 2 Hij zendt Eljakiem die over het huis gaat, Sjevna de schrijver en de oudsten van de priesters, gehuld in rouwzakken,- uit naar Jesaja de profeet, de zoon van Amots.
11, 4 Zij zijn ‘de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die vóór het aanschijn van de Heer van de aarde staan’
kandelaren; olijfbomen
Jesaja 24,13 Want zó zal geschieden midden op het aardland, tussen de gemeenschappen: als bij het leegschudden van een olijfboom, als bij de nalezing wanneer een druivenpluk ten einde is.
Zacharia 4, 3 twee olijfbomen bij haar,- één rechts van de kom en één links van haar!
Zacharia 4,10-14 want wie veracht de dag van de kleine dingen?- zij zullen zich verheugen en zullen de loodsteen zien in de hand van Zeroebavel, deze zeven: de ogen van de ENE, zij doorkruisen heel de aarde! 11 Ik antwoord en zeg tot hem: wat betekenen deze twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan haar linkerkant? 12 Ik antwoord een tweede keer en zeg tot hem: wat betekenen deze twee takken van de olijfbomen die door twee buizen van goud zich ontledigen van het goud? 13 Hij zegt tot mij, hij zegt: weet je niet wat die betekenen? Ik zeg: nee, mijn heer! 14 Hij zegt: zij zijn de twee ‘zonen van de zalfolie’,- die staan bij de Heer van heel de aarde!
11, 5 En indien iemand hun onrecht wil doen, zal vuur uitgaan uit hun mond om hun vijanden te verteren. Ja, indien iemand hun onrecht zal willen doen, moet hij zó omgebracht worden.
vuur uit hun mond
2 Samuël 22, 9 Rook steeg op uit zijn neus, een vuur uit zijn mond vrat om zich heen; gloeiende kolen brandden van daaruit.
Jeremia 5,14 Daarom, zó heeft gezegd de ENE, de God der strijdscharen: om hun ver-woording van dit woord,- zie, ik maak mijn woorden in je mond tot een vuur -en deze gemeenschap tot stukken hout- dat hen zal verteren!-
contrast: vuur uit de hemel
2 Koningen 1,10 Maar Eliahoe antwoordt en spreekt tot de overste van vijftig: als ík een man Gods ben dan moge vuur afdalen uit de hemel en jou en je vijftigtal verteren! Dan daalt er vuur neer uit de hemel en verteert hem en zijn vijftigtal.
11, 6 Zíj hebben de volmacht de hemel te sluiten, zodat geen stortbui regent gedurende de dagen van hun profeteren en zij zullen volmacht hebben over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde met allerlei plagen te slaan, zo dikwijls als zij maar willen.
de roem over de macht van God
1 Samuël 4, 8 wee ons!, wie zal ons redden uit de hand van deze geweldige goden?- de-zen, zij zijn de goden die in de woestijn de Egyptenaren hebben geslagen met elke soort slag!-
droogte
1 Koningen 17, 1 Dan zegt Eliahoe de Tisjbiet, uit Tisjbe in Gilead, tot Achab: bij het leven van de ENE, Israëls God voor wiens aanschijn ik heb gestaan: áls er ooit deze jaren dauw zal zijn of regen,- tenzij op last van mijn spreken…
11, 7 En wanneer zij hun getuigenis tot voleinding gebracht hebben, zal het beest dat opkomt uit de afgrond oorlog met hen voeren en hen overwinnen en ombrengen.
11, 8 En hun lijk zal blijven liggen op de straat van de grote stad die geestelijk ‘Sodom’ en ‘Egypte’ als roepnaam heeft, waar ook hun Heer is gekruisigd.
Sodom en Egypte
Jesaja 1, 9-10 Had niet de ENE, de Om-schaarde, aan ons enkele ontkomenen overgelaten,- als Sodom waren we geworden. 10 Hoort het woord van de ENE, bestuurders van Sodom,- neemt ter ore het onderricht van onze God, gemeenschap van Gomorra!
Jeremia 20,15-18 Vervloekt zij de man die mijn vader het nieuws bracht en zei: jou is een kind geboren, een zoon!, en met vreugde hem verheugde; 16 worden moge die man als de steden die de ENE heeft omgekeerd zonder het te berouwen; horen moge hij geschreeuw in de ochtend en krijgsgeschal in de middagtijd!, 17 omdat hij mij niet gedood heeft in de moederschoot,- dan was mij mijn moeder mijn graf geworden en haar schoot eeuwig zwanger geweest! 18 Waarom toch ben ik uit de moeder-schoot weggegaan om kommer en kwel te zien,- en hoe mijn dagen in schaamte vergaan!
Ezechiël 16,46 je grotere zus, dat is Samaria en haar dochters, gezeten aan je linkerhand; je zuster die jonger is dan jij en zetelt aan je rechterhand is Sodom met haar dochters;
Ezechiël 16,49 zie, dit was de ongerechtig-heid van je zuster Sodom: trots omdat er brood zat was en tevredenheid over het kalme leven was het bij haar en haar dochters, de hand van een gebogene of arme pakte ze nooit vast;
Joël 4,19 Egypte wordt dan tot een woestenij, en het –rode– Edom wordt tot een woeste woestijn,- vanwege het geweld aan de kinderen van Juda toen ze onschuldig bloed vergo-ten in hun land.
Habakuk 2,17 Ja, het geweld tegen de Libanon zal jou overdekken, en je vernielzucht tegen dieren zal je opbreken,- vanwege de stromen mensenbloed en het geweld op aarde, de vesting en allen die in haar zetelen!
het voortdurend honen van Gods Naam in de gemeente van God
Jesaja 52, 5 En nu, wie heb ik hier nog over?, tijding van de Ene: want om niet is mijn gemeente meegenomen,- zijn overheersers razen-en-tieren, is de tijding van de Ene: voortdurend, heel de dag wordt mijn naam gehoond.
Jeremia 22, 8 vele volkeren zullen voorbijtrekken aan deze stad,- en zeggen, ieder tot zijn naaste: waarom heeft de ENE zoiets gedaan aan deze grote stad?-
Ezechiël 11, 6 ge hebt in deze stad velen doorboord,- ge hebt haar straten vervuld van wat doorboord is!-
11, 9 En uit de gemeenschappen en talen en volkeren bekijken ze hun lijk drieëneenhalve dag lang en laten niet toe dat hun lijken in een gedenkplaats worden gelegd.
11,10 En die op de aarde wonen verheugen zich over hen, en vieren feest en zenden elkaar geschenken, omdat deze twee profeten de bewoners van de aarde hebben gekweld.
11,11 En na drieëneenhalve dag komt levensadem uit God in hen, en zij gaan op hun voeten staan (Ez. 37,5-10), en een grote vrees valt op hen die hen aanschouwen.
levensadem uit God komt in hen
Ezechiël 37, 5-10 zo heeft mijn Heer, de ENE, tot deze beenderen gezegd: zie, ik doe geestesadem in u komen en ge zult leven!- 6 ik zal pezen over u geven, vlees over u laten klimmen, een huid over u trekken en geestesadem in u geven, en ge zult leven!- weten zult ge dat ik de ENE ben. 7 Ik heb geprofeteerd, zoals mij is geboden,- en er geschiedt een geluid zodra ik heb geprofeteerd: zie, een beving, de beenderen naderen elkaar, elk bot nadert het erbij passende bot. 8 Als ik dat heb gezien, ziedaar: pezen over hen, vlees dat opklimt, en een huid die hij over hen trekt daaroverheen; maar nog geen geestesadem in hen. 9 Dan zegt hij tot mij: profeteer tot de Geest,- profeteer, mensenzoon, en zeg tot de Geest: zo heeft gezegd mijn Heer, de ENE: kom vanuit vier geestes-streken, o Geest, en blaas in deze vermoorden, dat ze herleven! 10 Als ik heb geprofeteerd zoals hij mij heeft geboden komt de Geest in hen, en zij herleven; dan staan ze op hun voeten, een zeer, zeer grote macht!
11,12 En zij horen een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: klimt óp, hierheen! En zij klimmen ten hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwen hen.
en zij klommen ten hemel op in de wolk
2 Koningen 2,11 En het geschiedt: terwijl zij voortgaan, gaande en sprekend, ziedaar een wagen van vuur en paarden van vuur, en die maken scheiding tussen hen tweeën; in de storm klimt Elia op ten hemel.
11,13 En op dat uur geschiedt een grote aardbeving en het tiende deel van de stad valt in, en zevenduizend namen van mensen worden in de beving omgebracht. En het geschiedt dat de overigen door vrees bevangen worden, en zij geven glorie aan de God van de hemel.
een grote aardbeving; een groot beven
Ezechiël 38,19-21 in mijn naijver, in mijn vurigheid en overkokend heb ik gesproken: ondenkbaar dat er te dien dage niet een groot beven zal geschieden op Israëls –rode– grond!- 20 beven zullen vanwege mijn verschijning de vissen der zee, de vogels van de hemel, wat in het wild leeft op het veld, al het gekrioel dat rondkruipt over de –rode– grond en heel de grond –rode– mensheid op het aanschijn van de –rode– grond; bezwijken zullen de bergen, de rotswanden zullen vallen en elke muur zal ter aarde vallen; 21 op al mijn bergen roep ik tegen hem een zwaard op, is de tijding van mijn Heer, de ENE,- het zwaard van een man zal tegen zijn broeder zijn;
vreze, & glorie aan Zijn Naam
Jesaja 37, 2 Ook zendt hij Eljakiem die over het huis gaat, Sjevna de schrijver, en de oudsten van de priesters, bedekt met rouwzakken,- naar Jesaja, de zoon van Amots, de profeet.
Jona 1, 9 Hij zegt tot hen: ik ben een Hebreeër,- een oversteker; de ENE, de God des hemels vrees ik,- die de zee en het droge heeft gemaakt!
11,14 Het tweede ‘wee’ gaat weg; zie, het derde ‘wee’ komt weldra!
11,15 En de zevende engel trompettert, en grote stemmen geschie-den in de hemel, zeggend: nu geschiedt het koningschap over de wereld van onze Heer en zijn Gezalfde; en hij zal als koning heersen tot in de eeuwen der eeuwen!
Hij zal als Koning heersen
Obadja 1, 21 Redders zullen de berg Sion beklimmen om het bergland van Esau te berechten; het koningschap zal dat van de ENE wezen.
11,16-17 En de vierentwintig oudsten, die vóór het aanschijn van God zetelen op hun tronen, vallen op hun aanschijn en brengen God hulde, zeggend: 17 wij danken u, Heer God, albeheerser, die is en die was, dat gij uw grote macht op u neemt en uw koningschap begint;
Ter vergelijking: de hymne van de overwinnaars van het beest
15, 2- 3 En ik zag iets als een zee van glas, vermengd met vuur; en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam staande aan (of: ‘op’) de glazen zee met citers van God; 3 en zij zingen de zang van Mozes, de dienaar van God, en de zang van het lam, met de woorden: groot en wonderbaar zijn uw werken, Heer God, albeheerser; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, koning van de volkeren!-
2 Samuël 7, 8 en nu moet je zó zeggen tot mijn dienaar, tot David: zó heeft gezegd de ENE, de Omschaarde: ik heb jou meegenomen van de weide, van achter de schapen,- om leidsman te worden over mijn gemeente, over Israël;
1 Koningen 3,28 Allen van Israël horen van het recht waarmee de koning heeft rechtgesproken en krijgen ontzag voor het aanschijn van de koning,- omdat ze hebben ingezien dat er genoeg wijsheid van God in zijn binnenste is om recht te doen!
11,18 de volken worden vertoornd en uw toorn komt en het moment om de doden te oordelen en het loon te geven aan uw dienaren de profeten en aan de heiligen en wie uw naam vrezen, de kleinen en de groten en om te verderven die de aarde verderven!
…en uw toorn komt…
Jeremia 30,23 Zie, een stormwind van de ENE, vol gramschap, is erop uitgetrokken, een wervelende storm,- op het hoofd van boosdoeners stort hij neer.
Amos 3,13 Hoort het en betuigt het in Jakobs huis,- is de tijding van mijn Heer, de ENE, de God der strijdscharen!
Amos 4,13 Want zie, Hij, die de bergen formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg is, die de dage-raad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de hoogten der aarde, – HERE, God der heerscharen, is zijn naam. [NBG51]
Micha 6, 9 De stem van de ENE roept de stad toe, en het getuigt van beleid uw naam te vrezen: hoort van een roede en wie die besteld heeft!-
…om te verderven die de aarde verderven…
Jeremia 51,25 Zie, ik kom op je af, berg van verderf, is de tijding van de ENE, die heel de aarde verderft,- ik zal mijn hand uitstrekken tegen jou, ik zal je van de rotsblokken omlaag rollen en je als berg prijsgeven aan brand.
11,19 En geopend wordt de tempel van God in de hemel, en zichtbaar wordt de ark van zijn verbond in zijn tempel (Opb. 19,11); en er geschieden bliksemstralen en stemmen en donderslagen en een aardbeving en zware hagel.
de Ark van Zijn verbond
1 Samuël 6, 1- 2 Zo is de ark van de ENE zeven maanden lang te velde 1 bij de Filistijnen. 2 Dan roepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers bijeen en zeggen: wat moeten we doen met de ark van de ENE?- geef ons te kennen hoe wij hem kunnen heenzenden naar zijn standplaats)
- ‘te velde’ is een militaire term. De Ark ging altijd voorop bij de oorlogen des HEEREN. Opb 11,19 kan op deze manier een teken, signaal zijn van de wederkomst van Christus. Die gebeurtenis wordt in Opb 19,11-15 eveneens beschreven in militaire termen. ↩︎